POP3 staat voor Post Office Protocol versie 3. Het is een van de oudste en meest gebruikte e-mailprotocollen. POP3 is ontworpen voor gebruikers die hun e-mail op één apparaat willen beheren. Het protocol downloadt berichten van de mailserver naar je computer. Na het downloaden worden de berichten meestal van de server verwijderd.
POP3 werkt eenvoudig en efficiënt. Je e-mailprogramma maakt verbinding met de mailserver op poort 110. Het downloadt alle nieuwe berichten. Deze worden lokaal opgeslagen op je apparaat. Je kunt de e-mails daarna offline lezen. Dit bespaart ruimte op de server en maakt je onafhankelijk van een internetverbinding.
Het grootste verschil met IMAP is dat POP3 geen synchronisatie biedt. Als je een e-mail leest of verwijdert op je computer, zie je die wijziging niet op andere apparaten. POP3 is daarom vooral geschikt als je maar één apparaat gebruikt. IMAP synchroniseert juist alles tussen meerdere apparaten. Bij IMAP blijven de berichten op de server staan.
POP3 heeft wel enkele nadelen. Je verliest berichten als je harde schijf crasht en je geen backup hebt. Ook is het lastig om vanaf meerdere apparaten je e-mail te beheren. Moderne e-mailgebruikers kiezen daarom vaak voor IMAP. Toch blijft POP3 populair voor situaties met beperkte serverruimte of slechte internetverbindingen.
POP3 is de derde versie van het Post Office Protocol. Het protocol werd oorspronkelijk ontwikkeld door Joyce Reynolds in 1984. De eerste versie verscheen als RFC 918. Het doel was simpel: gebruikers in staat stellen om e-mail offline te lezen.
De evolutie van POP verliep snel:
- 1984: POP1 gepubliceerd in RFC 918
- 1985: POP2 verscheen als RFC 937 met uitgebreidere commando's
- 1988: POP3 geïntroduceerd in RFC 1081
- 1996: Definitieve POP3-specificatie gepubliceerd als RFC 1939
RFC 1939 is nog steeds de actuele standaard. Het feit dat deze specificatie al meer dan 25 jaar ongewijzigd blijft, toont de robuuste opzet van het protocol. Later werden beveiligingsverbeteringen toegevoegd, zoals APOP voor veiligere authenticatie en extensies voor extra functionaliteit (RFC 2449).